In deze rubriek nemen we een situatie onder de loep die we vaak tegenkomen, en lopen we de keuzes na die daarbij horen. Geen specifieke klant, maar een herkenbaar type tuin, met de afwegingen die er in de praktijk toe doen. Deze keer: de smalle stadstuin.
De situatie
Een rijtjeswoning met een tuin van zo’n vijf meter breed en acht meter diep. Achterin een schuur, tegen het huis een overkapping van ongeveer drie bij drie meter op houten staanders. Links en rechts een houten schutting van twee meter, en aan beide kanten buren met een tuinhuis of een dakkapel die uitkijkt op het terras. De tuin ligt op het westen: fijn in de zomeravond, maar vanaf september staat de wind er recht in en regent het schuin de overkapping in.
Wat het probleem eigenlijk is
Bij dit type tuin komen drie dingen samen. Er is weinig ruimte, dus alles wat je bijplaatst gaat ten koste van bruikbaar terras. Er is veel inkijk, omdat de buren dichtbij zitten en hoger kunnen kijken dan de schutting reikt. En er is een wind die tussen de huizen door versnelt: in een smalle stadstuin waait het bij dezelfde windkracht merkbaar harder dan in een open tuin, omdat de lucht tussen de bebouwing wordt samengeperst. Wie alleen naar de regen kijkt, lost maar een derde van het probleem op.

Keuze 1: welke zijde eerst
De verleiding is groot om te beginnen met de zijde waar de buren zitten, want daar zit de ergernis. Toch levert de westkant, waar wind en regen vandaan komen, veel meer comfort op. In deze tuin is het antwoord meestal: begin met de voorzijde op het westen, en voeg later één zijwand toe aan de kant met de meeste inkijk. Twee zijden is hier het praktische optimum; alles dichtzetten maakt een tuin van vijf meter breed benauwd.
Keuze 2: hoeveel doorkijk
In een kleine tuin telt lichtinval zwaar. Een gesloten doek van drie bij drie voor de tuindeuren maakt de woonkamer erachter direct donkerder, en dat merk je in de winter elke dag. Voor de voorzijde is een grotendeels transparante uitvoering hier dus verstandig: een gesloten strook van zo’n zestig centimeter onderaan tegen opspattend water, daarboven helder. Voor de zijwand naar de buren draai je het om: gesloten tot ongeveer honderdtien centimeter en daarboven transparant, zodat je zittend uit het zicht bent maar wel licht houdt. Die afweging staat uitgebreid in ons artikel over verandadoek en privacy.

Keuze 3: de doorgang
Dit is het punt waarop het in een smalle tuin misgaat. Achterin staat de schuur, en daar moet je bij: fietsen, kliko, tuingereedschap. Zet je de voorzijde helemaal dicht zonder opening, dan loop je een heel seizoen door de woonkamer naar buiten. Een rits in de voorzijde, minstens een halve meter uit de hoek, lost dat op. Alternatief is één zijde open laten en die pas later dichtzetten, maar in de praktijk blijkt de rits het prettigst omdat je hem ook op kierstand kunt gebruiken om te ventileren.
Keuze 4: bevestigen aan een schutting
De zijwand wil je het liefst aan de schutting vastmaken, want dan heb je geen extra staander nodig die ruimte kost. Twee aandachtspunten: een tuinschutting is vaak niet gebouwd om windkracht op te vangen, en de schutting is meestal van jullie samen. Overleg dus met de buren, en controleer of de palen stevig staan. Is dat niet zo, bevestig het doek dan aan een eigen staander net binnen je erfgrens. Welke methode bij welke ondergrond past, staat in ons artikel over het bevestigen van een verandadoek.
Keuze 5: kleur in een kleine ruimte
In een tuin van vijf meter breed werkt kleur anders dan in een ruime tuin. Een antracietkleurig doek ziet er op een productfoto strak uit, maar op korte afstand vult het je hele blikveld en maakt het de ruimte kleiner en donkerder dan hij is. Lichtere tinten zoals zand, lichtgrijs of crème doen precies het omgekeerde: ze reflecteren licht de veranda in en de tuin oogt ruimer. Het nadeel is dat vuil en groene aanslag er eerder op te zien zijn, dus je maakt vaker schoon. In een stadstuin met bomen en fijnstof van de straat is dat een reële afweging. Een veelgekozen compromis is een lichte tint op de zijwand, waar je het meest tegenaan kijkt, en een donkere strook onderaan de voorzijde, waar het opspattende water en het meeste vuil terechtkomt.
Waar het meestal op uitkomt
- Voorzijde west: grotendeels transparant doek met een gesloten strook onderaan en een rits als doorgang.
- Zijwand buren: gesloten tot ooghoogte zittend, daarboven transparant, in een neutrale kleur.
- Bevestigingspunten om de dertig centimeter, rondom, met elastieken die windstoten opvangen.
- Onderrand twee tot drie centimeter vrij van de tegels, voor afwatering en ventilatie.
- Derde zijde voorlopig open laten; dat houdt de tuin ruim en de lucht fris.
Voordat je bestelt is het verstandig om te controleren of je overkapping de belasting van twee doeken aankan; die beoordeling staat in ons artikel over het zeil voor een overkapping. Een doek op de maten van jouw tuin, met de door jou gekozen verdeling van gesloten en transparante banen, laat je maken via de verandazeilen van Hekwerkwebshop.